Hoogbegaafdheid vs sociaal wenselijk gedrag

Als ouders van een hoogbegaafd kind moet je sterk in je schoenen staan, net als het kind trouwens. Je krijgt nogal eens wat te horen. Bij ons begon dat al op jonge leeftijd. Dingen waar mijn oren van flapperen. In een reeks artikelen wil ik een aantal van die opmerkingen en observaties plaatsten en weerleggen. Vandaag gaat het over anders zijn.

Misschien is hij autistisch?

Op éénjarige leeftijd ging mijn oudste naar de kinderopvang. Hij vond dat niet echt leuk, hij was liever thuis bij papa en mama. Toen hij een jaar of twee was werd ik aangesproken door een van de leidsters, hij wilde nooit buitenspelen en ook niet met de anderen kinderen, hij was liever bij de leidster. Of het goed was hem eens door een expert te laten observeren, ze herkende eigenschappen uit het autisme-spectrum.

Ik herkende daar helemaal niets in. Hij had helemaal geen problemen met spelen met zijn nichtjes en hij hield wel van een babbeltje. Maar, natuurlijk was het oké, ik had (en heb) geen verstand van autisme en als hij zich niet gedraagt zoals ze verwachten waren wij wel benieuwd naar bevindingen van de expert.

De expert observeerde hem een dag, en sindsdien voldeed hij aan het plaatje. Een miraculeuze verandering. Het leek of hij aan had gevoeld dat er iets moest veranderen. De expert vertelde wel aan de leidsters dat het handig was hem niet direct in de drukte te laten, maar eerst bij hem in de buurt te blijven tot hij zelf de stap nam te spelen. Niet pushen dus.

BSO-kinderen als maatstaf

Later op school ging hij naar de BSO, ook daar had hij het niet echt naar zijn zin, tenminste, een dag met BSO werd altijd met een zucht ontvangen. Daar zeiden de leidsters op een gegeven moment: “hij leest liever in een hoekje zijn boek, dan dat hij met de anderen speelt; hebben jullie wel eens iets aan hem opgemerkt of hem laten onderzoeken?” Het werd met zo’n duidelijkheid gezegd dat ik begreep dat het ‘niet normaal’ was.

“struikelen over de schreeuwende, springende en rennende kinderen”

Nou is het zo dat ik altijd over de schreeuwende, springende en rennende kinderen struikelde als ik hem van de BSO kwam halen, dus het verbaasde me niets dat hij dan een rustig plekje opzocht. Hij is gewoon introvert (dacht ik toen). Wederom was het niet dat hij niet wilde spelen, maar hij wil spelen als het hem uitkomt en met de kinderen die hem interesseren. Hij vertelde me dat hij de kinderen op de BSO veel te druk vond. Na een lange (saaie) dag op school die hem helemaal leegvrat, was die drukte niets voor hem.

Keuzedrama

Naarmate zijn basisschooltijd vorderde hebben we de vraag over autisme niet meer gehad. Hij was in de klas erg sociaal. Alleen kinderen mee naar huis nemen om te spelen werd minder en minder. Bij andere kinderen spelen was helemaal een uitzondering. Ik maakte me daar zorgen om en vroeg hem regelmatig waarom hij niet wilde spelen. Want aan uitnodigingen ontbrak het hem niet. Zijn antwoord was vaak hetzelfde, hij was moe en het vriendje was te druk. Dat zei hij dan ook eerlijk tegen de ander.

“Ik wist niet wat ik moest kiezen, ik wist het gewoon niet!”

Hij had één vriendje waar hij graag speelde en die ook vaak bij ons was. Op een dag had hij daar gespeeld en meestal wilde hij dan uiteindelijk graag naar huis (“kom je me op tijd halen mam?”). Maar die dag had de moeder van het vriendje pannenkoeken gebakken. Hij mocht blijven eten. Via de app was ik op de hoogte gesteld, geen probleem natuurlijk. Tot zijn moeder me belde, ze zat met haar handen in het haar. Hij zei niets meer, reageerde niet meer. Ze wist niet of hij nou wilde blijven eten of niet. Ze had het hem al honderd keer gevraagd, maar hij zei niets, reageerde nergens op. Hij leek bevroren.

Ik ben naar hem toegegaan en ook op mij reageerde hij niet. Uiteindelijk heb ik heb maar mee naar huis genomen. Toen hij weer wat was ontdooid vertelde hij: ik wilde naar huis want ik was moe, maar ik wilde ook pannenkoeken. Ik wist niet wat ik moest kiezen, ik wist het gewoon niet. En omdat ik het niet wist zei ik maar niets.

Sindsdien heb ik wat vragen gehad over hem van de moeder van zijn vriendje en werd hij bestempeld als ‘een beetje vreemd’. Het heeft lang geduurd voor hij daar weer wilde spelen. Maar gelukkig heeft hij het overwonnen en het spelen weer opgepakt.

Anders is niet vreemd

Een beetje vreemd in de ogen van de maatschappij, ja dat was hij dus. Hij vertoonde geen sociaal wenselijk gedrag. Eigenlijk in alle gevallen gewoon overprikkeld. Er gebeurde te veel om hem heen, hij kon niet kiezen. En dat is gewoon een onderdeel van wie hij is. Zijn eigen weg kiezen (autonomie), veel nadenken (hoogintelligent) en veel voelen (rijkgeschakeerd)*. Wij, zijn ouders, vinden dit niet vreemd. Iedereen mag zijn wie hij is. De maatschappij, die vindt er wel wat van. Of je nou hoogbegaafd bent, of binnen het autistisch spectrum valt. Je bent wie je bent. Laten we proberen niet te oordelen over iemands gedragingen zonder dat je weet wat er speelt.

*Uit “Hoogbegaafdheid, dat zie je zó!” van Maud Kooijman – van Thiel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *